Wo2Slachtoffers.nl

Kievit, Joannes Henricus Amandus

Geboortedatum:
17 augustus 1923 (Haarlem/Noord-Holland, Nederland)
Overlijdensdatum:
22 januari 1943 (Wassenaar/Waalsdorpervlakte/Zuid-Holland, Nederland)
Begraven op:
Nationaal Ereveld Loenen te Loenen
Vak: A. Graf: 926.

Biografie

Joannes (Jan) Kievit woonde in Haarlem, Ooster Tuindorplaan 6. Hij was zoon van straatmaker/gemeenteambtenaar Jan Kievit (9 september 1885 Bloemendaal – 23 april 1962 Overveen) en Henriette Maria Cornelia Sprengers (15 mei 1885 Haarlem – 30 juni 1970 Overveen).
Na de driejarige hbs, waar hij zich een uitstekend leerling toonde, ging hij samen met zijn vriend Raphael Paul – Raf – Latte naar de Kweekschool voor Machinisten ter Zeevaart in Amsterdam.
Jan was een Oranjeklant, fel anti-NSB en zo mogelijk nog feller anti-Duits', schrijft Jaap Vogel in zijn artikel 'Moord in het Ramplaankwartier'. Dat merkte men echter niet aan hem. Hij was een stille, in zichzelf gekeerde jongeman. In de wijk verspreidde het blad van de Nederlandse Unie, zonder dat hij lid van deze organisatie was.
Op 5 november 1941 verdwenen Kievit en Latte plotseling. De volgende dag stuurde Jan een ansichtkaart en nog weer een dag later een plant met een kaartje. Pas op 7 maart 1942 gaf hij weer een levensteken met een brief uit het Oostenrijkse Graz met de melding dat hij lid van de SS was geworden. De familie Latte ontving een soortgelijk schrijven.
De twee jongemannen wilden echter terug. Zij hadden het plan bedacht om zich bij de SS aan te melden. Ze waren ervan overtuigd dat ze wel vliegenier bij de Duitse luchtmacht konden worden. Ze zouden dan naar Engeland vliegen en tegen de Duitsers gaan vechten.
Na een basisopleiding in Sennheim (nu Cernay in de Elzas) volgde in Graz de ontnuchtering dat ze na de gevechtstraining slechts infanterist zouden worden. 'Met de staart tussen de benen kwamen ze weer naar huis', constateert Vogel.
Op de avond van vrijdag 27 november 1942 liet Jan weten dat hij nog een wandeling ging maken. Hij klopte aan bij NSB'er Cor van der Reep (Cornelis Johannes Anthonius van der Reep (25 juni 1907 Bennebroek) aan de Noordertuindorplaan. Kievit wilde Van der Reep vertellen dat de geallieerden de oorlog zeker zouden winnen en hem overhalen om zijn lidmaatschap van de NSB weer op te zeggen.
Maar de man bleek niet thuis te zijn. Zijn echtgenote Johanna van der Reep-Mlijnczak (30), Duitse van geboorte, deed open. Zij was moeder van twee kleine kinderen van twee en drie jaar en zwanger van het derde kind. Zelf was zij geen lid van de NSB, maar zij was wel aangesloten bij de de Nationaal-Socialistische Vrouwen Organisatie (NSCV), die een nauwe band met de NSB onderhield
Mevrouw Van der Reep raakte in gesprek met Kievit, van wiens avontuur met de SS zij blijkbaar had gehoord. Zij wilde weten wat zijn vader daarvan had gevonden. Hij vertelde dat die het allerminst had kunnen waarderen. Zij reageerde met de opmerking dat hij zijn kameraden bij de SS in de steek had gelaten. Terwijl hij veilig thuis zat, gingen zij naar het front. Volgens haar was dat eigenlijk landverraad.
Kievit voelde zich diep gekrenkt. Toen zij haar woorden ondanks herhaald verzoek niet wilde terugnemen, greep hij haar bij de armen en ontstond een worsteling, waarbij zij viel met Jan bovenop haar. Terwijl hij haar in wurggreep had, pakte hij zijn zakmes en stak haar verschillende keren. Een van de messteken raakte haar halsslagader, waardoor zij spoedig stierf.
De fataal afgelopen schmutseling trok in de buurt de aandacht, doordat de vrouw luid gilde. Buurman Toon van der Veldt hoorde bij de deur van de woning van het echtpaar iemand kreunen. Hij waarschuwde wijkagent Johannes Marinus van der Zande, die de deur niet forceerde, omdat hij dacht aan de mogelijkheid van echtelijke ruzie.
In plaats daarvan ging de wijkagent naar de vader Van der Reep, die vlakbij woonde, en hij vertelde dat er wat was voorgevallen in de woning van diens zoon. Met de sleutel van de achterdeur ging Van der Reep sr. het huis binnen en ontdekte daar het dode lichaam van zijn schoondochter.

Jan Kievit was die avond omstreeks half tien thuisgekomen. De ontboden Haarlemse recherche was hem snel op het spoor. In de woning van de familie Van der Reep ontdekten politiemensen een abonnement van de Noord-Zuid-Hollandse Tramweg op naam van J. Kievit, Ooster Tuindorplaan 6 te Haarlem.
Jan zag spoedig in dat ontkennen geen enkele zin had. Hij werd gearresteerd en afgevoerd naar het Haarlemse poltiebureau. Daar verklaarde hij dat hij de vrouw had gedood, omdat zij door de worsteling en de wurggreep al zo verwond was, dat hij haar als getuige wilde uitschakelen. Deze lezing herriep hij na enige dagen, maar toen was de schade reeds aangericht.
Volgens zijn latere verklaring wist hij niet meer, wat hem had bezield, toen hij zijn zakmes tevoorschijn haalde en in blinde woede met de ogen dicht met het mes stak. Hij probeerde overigens nog wel een dwaalspoor te leggen door enige voedselbonnen en wat geld weg te nemen, zodat het doden van de vrouw op een roofmoord zou lijken. Het mes gooide hij onderweg naar huis in de vijver aan de Rollandslaan.

De strafzaak zou door de Nederlandse justitie worden afgehandeld. De top van de Haarlemse NSB zag de dood van van het slachtoffer echter bij uitstek als een 'politieke moord', die het gevolg was van de in het Ramplaankwartier heersende 'haatatmosfeer' tegenover NSB'ers. Bij naam genoemde bewoners van het stadsdeel werden als 'hetzer' voor die atmosfeer verantwoordelijk gehouden.
De Duitsers namen de zaak over. Op 1 december 1942 kwam Kriminalrat Neumeier (1*) van de Amsterdamse Aussenstelle van de Sipo en de SD, naar Haarlem. Op 5 december 1942 trof Cor van der Reep op de Katholieke Begraafplaats in Overeen op het graf van zijn vrouw een aantal worteltjes aan. Die vormden door hun oranjekleur en de symbolische waarde die ervan uit ging een enorme belediging voor de nationaalsocialisten.

Dat leidde op 9 december 1942 tot het arresteren van vader Kievit, Ralf Latte en wijkagent Van der Zande en diens zoon. Ze werden opgesloten in het Huis van Bewaring aan de Weteringschans in Amsterdam. Van der Zande, die voor de NSB als de zondebok gold, was op 2 december 1942 al uit zijn functie ontheven en overgeplaatst naar de dienst economische delicten. Overigens bleek uit onderzoek van de Bloemendaalse politie dat de worteltjes door schooljongens op het graf waren gedeponeerd.

Jan Kievit moest op 8 januari 1943 verschijnen voor het Obergericht. Dat fungeerde als Sondergericht, wat een versnelde procedure mogelijk maakte. Staatsanwalt dr. Seiler, vorderde hem de doodstraf. Jans advocaat Jonkheer mr. Pieter Jan Willem de Brauw, die slechts twee dagen tijd had gekregen om het proces voor te beiden, bepleitte een tuchthuisstraf. Hij wees in dat verband met name op de jeugdige leeftijd van zijn cliënt.
Het Obergericht onder leiding van dr. Joppich had maar een kwartier nodig om Jan schuldig te verklaren aan moord en sabotage. De rechters vonnisten overeenkomstig het strafvoorstel van Staatsanwalt Seiler. Van de behandeling van de strafzaak verscheen in de gelijkgeschakelde pers van die dagen een uitgebreid verslag. In het Dagblad van Rotterdam was die de volgende dag voorzien van de onderkop 'Misdrijf van de gemeenste soort'.

Op de ochtend van 22 januari 1943, om precies te zijn om 9.03 uur, werd het vonnis op de Waalsdorpervlakte uitgevoerd. Een dag later kreeg de familie Kievit per aangetekend stuk de afscheidsbrief van Jan. Hij had zijn moeder en zus Christina nog een keer in het 'Oranjehotel' mogen ontmoeten. Vader Kievit hoorde pas op 3 september 1943, nadat hij uit Kamp Vught was vrijgelaten, van de dood van zijn zoon.
Vader en zoon Van der Zande waren na respectievelijk veertien en tien weken weer op vrije voeten gekomen. De wijkagent werd 'nooit meer de oude'. Vogel: 'Het feit dat hij zonder vorm van proces werd gevangengezet nadat hij zich in deze zaak buitengewoon correct had opgesteld, knakte iets in 'deze trotse politieman'. Hij ging met ziekteverlof en vroeg daarna vervroegd pernsioen aan.'

Na de oorlog vond men het veldgraf van Jan Kievit. Zijn stoffelijk overschot werd overgegebracht naar het Nationaal Ereveld van de Oorlogsgravenstichting in Loenen. Postuum werd hij waardig geoordeeld om in aanmerking te komen voor het Verzetsherdenkingskruis.
Duidelijk is in ieder geval dat hem nooit en te nimmer nimmer de doodstraf zou zijn opgelegd, wanneer hij door een Nederlands rechtscollege zou zijn berecht.
Volgens de Nederlandse rechtregels was er beslist geen sprake van moord geweest. Jan ging niet naar het slachtoffer met het vooropgezette doel om haar van het leven te beroven.
De jeugdige Haarlemmer wilde een – rijkelijk naïeve – poging ondernemen om haar echtgenoot ervan te overtuigen om zijn NSB-lidmaatschap op te zeggen. Zijn handelwijze is een schoolvoorbeeld van wat in ons land bekend staat als doodslag, waarbij in een opwelling is gehandeld.

Heeft u zelf meer informatie over deze persoon? Lever het aan!

Bronnen

Informatie:
- HEUVEL, C.C. VAN DEN e.a., Verzetsherdenkingskruis, Samsom Uitgeverij, 1985.
- Jack kooistra Archief
- Moord in het Ramplaankwartier - Jaap Vogel -Haerlem Jaarboek 2006, uitgave Historische Vereniging Haerlem, pag. 129-152
- https://www.nationaalarchief.nl/
- Drentsch dagblad : officieel orgaan voor de provincie Drenthe12-01-1943
- oorlogsgravenstichting
- Nationaal Monument Oranjehotel/