Wo2Slachtoffers.nl

Etten, van, Leendert

Geboortedatum:
5 mei 1899 (Den Haag/Zuid-Holland, Nederland)
Overlijdensdatum:
15 december 1944 (Den Haag/Zuid-Holland, Nederland)

Biografie

Woonde in 's-Gravenhage. Zoon van Adrianus van Etten (grondwerker) en Trijntje Geugjes. Gehuwd met Maria Elisabeth van Herwaarden, geboren 5 maart 1908 ‘s-Gravenhage. Huisschilder. Nederlands Hervormd. Met elf lotgenoten is hij gefusilleerd voor het pand Laan van Nieuw Oost-Indië 5 en 7. Dat was een represaillemaatregel voor het doodschieten van vaandrig-ter-zee (Fähnrich zur See) Helmut Guse (31 oktober 1924 Berlijn – 12 december 1944 ’s-Gravenhage), zoon van een admiraal van de Deutsche Kriegsmarine. De site 4en5mei.nl meldt in haar tekst over het – ter nagedachtenis van de slachtoffers opgerichte - monument Laan van Nieuw Oost-Indië dat het verzet een Duitse soldaat heeft vermoord en twee militairen heeft verwond. Prof. dr. Loe de Jong wijst er in deel 10b (eerste helft) van zijn standaardwerk Het Koninkrijk der Nederlanden echter op dat de vaandrig volgens C. Leemhuis, de leider van het politieonderzoek, is doodgeschoten door drie mannen die niets met het verzet te maken hadden. Friedrich Christiansen, bevelvoerder van de Wehrmacht in Nederland, wilde de dood van de vaandrig wreken met de executie van twintig illegale werkers en het opblazen van twee huizen op de plaats van de aanslag. De fusillade vond plaats op de ruïnes van de toen al vernielde panden. Johannes Heinrich Louis Munt (7 februari 1906 Hamburg), de leider van het Einsatzkommando Den Haag, ‘spaarde’ verzetsstrijders. Hij liet ook gevangenen executeren die niet-politieke, dat wil zeggen criminele, activiteiten hadden ontplooid. Munt, die een zekere heimelijke bewondering voor verzetsstrijders had, deed dat ook in enkele andere gevallen. Ook wist hij het aantal slachtoffers naar twaalf terug te brengen. Dat waren volgens De Jong: de drie inmiddels gearresteerde daders van de aanslag, twee Nederlanders die voor de Feldgendarmerie hadden gewerkt en met behulp van papieren van deze militaire politie roofovervallen hadden gepleegd en zeven illegale werkers. In 1995 geeft dr. Bart van der Boom in zijn proefschrift Den Haag in de Tweede Wereldoorlog een wat ander beeld van de samenstelling van de groep slachtoffers. Hij schrijft dat er een of twee verzetsstrijders bij zaten. Verder ging het om ,,vijf roofovervallers van wie verschillenden al een strafblad hadden, vier deserteurs uit Duitse semi-militaire formaties en een NSB’er opgepakt voor oplichterij.’’ Bij KP’er Wilhelmus Arnoldus Quirinus Wanrooij (13 januari 1915 Wisch) en Johannes Kop (3 januari 1916 ’s-Gravenhage) geeft zowel de Oorlogsgravenstichting als de Erelijst van de Gevallenenen aan dat er sprake was van verzet. De tien anderen zijn niet in de Erelijst opgenomen. Negen van hen staan wel in het slachtofferregister, maar bij allen ontbreekt de aanduiding verzet. Begraven op de Gemeentelijke Begraafplaats aan de Kerkhoflaan in ’s-Gravenhage. Het graf is geruimd.

Heeft u zelf meer informatie over deze persoon? Lever het aan!

Bronnen

Informatie:
- Archief Kooistra