Kraan, Gijsbertus Franciscus
- Geboortedatum:
- 6 juli 1923 (Arnhem/Gelderland, Nederland)
- Overlijdensdatum:
- 16 februari 1943 (Vught/Noord-Brabant, Nederland)
Biografie
Woonde in Gouda, Jan Philipsweg 32. Ongehuwd. Zoon van boomkweker /grondwerker Cornelis Kraan (31 mei 1888 Reeuwijk - 16 mei 1946 Gouda) en Petronella Elisabeth Kreijtz (16 december 1888 Arnhem - 5 februari 1962). Los arbeider. Rooms-Katholiek. Volgens het Sterbebuch van Kamp Vught zou hij bij een vluchtpoging zijn gedood.
Voor de Groninger Kamer van het Leeuwarder Bijzonder Gerechtshof moest de toen 22-jarige timmerman Cornelis Jager uit Veendam zich in november 1946 verantwoorden voor het doodschieten van Kraan. Hij had zich al op jonge leeftijd in oktober 1942 bij de Waffen SS aangesloten. Na een opleiding werd hij aangesteld als bewaker van Kamp Vught.
Op 16 februari 1943 deed hij dienst op een van de wachttorens op het kampcomplex. Kraan verrichtte die dag met zijn twee broers werkzaamheden. Nadat de Veendammer twee waarschuwingen had gegeven, schoot hij de negentienjarige jongeman dood. De verdachte voerde aan dat hij een paar keer naar Kraan had geroepen, maar dat deze was niet teruggegaan. Daarop had hij naar zijn zeggen geschoten.
In Kamp Vught gold de regel dat wie als gevangene in de 'verboden' zône kwam, zou worden doodgeschoten. Volgens het rechtbankverslag in het Nieuwsblad van het Noorden stoorden de politieke gevangenen zich hier vaak niet aan. 'Het eten was onvoldoende en men zocht in den afval, die in deze zône lag, naar iets eetbaars.'
Jager stelde dat hij uit angst voor een Duitse onderofficier, die hem controleerde, had gehandeld. De Duitser had tegen de bewaker gezegd dat de man weg moest zijn, wanneer hij terugkwam. Getuige W.H.K. Kraan, een broer van het slachtoffer, verklaarde dat hijzelf, zijn broer Gijsbertus en een ander in de verboden zône in opdracht van een Duitse bewaker een gat aan het graven waren.
Een getuige uit Bolsward, die bewaker was geweest, maar al na een week was gedeserteerd, gaf op de zitting als zijn mening dat de verdachte zijn daad nogal kalm had opgenomen. Een andere getuige, een Sneker die eveneens bewaker was geweest, meldde evenwel dat Jager huilend in de wacht was verschenen, nadat hij Kraan had neergeschoten.
Advocaat-fiscaal mr. Louët Feisser wees erop dat de verdachte Kraan ook had kunnen missen. De jurist verweet hem dat hij na zijn daad niet tot inkeer was gekomen, maar in september 1944 bij Arnhem met de bezetter had meegevochten. En, voegde Louët Feisser eraan toe, hij was zelfs lid van de bewakingsgroep van Rauter geworden, nadat de Engelsen hem gevangen hadden genomen en de Duitsers hem daarna weer hadden bevrijd.
Volgens de advocaat-generaal was de enige verzachtende omstandigheid de nog jeugdige leeftijd van de verdachte. Hij achtte een 'strenge' straf geboden in de vorm van een straf van vijftien jaar, waarvan de laatste vijf jaar zouden moeten worden doorgebracht in een Rijkswerkinstelling.
Het gerechtshof vond de handelwijze van de man zo verachtelijk dat het met een detentie van twintig jaar fors boven de eis uitging. Ook het hof hield er rekening mee dat hij tot het laatst toe in Duitse dienst was gebleven. De Bijzondere Raad van Cassatie liet de uitspraak van het Bijzonder Gerechtshof intact.
(1*) Jacobus Christoffel Louët Feisser (16 mei 1903 Amsterdam - 13 februari 1991).
Gecremeerd in Kamp Vught.
Heeft u zelf meer informatie over deze persoon? Lever het aan!
Bronnen
- Informatie:
- Oorlogsgravenstichting; site wiewaswie.nl (waaronder overlijdensakte 480/1946 gemeente Gouda); Gevangenene in Vught doodgeschoten, Vijftien jaar geëeischt, Nieuwsblad van het Noorden, 11 november 1946; site delpher; Kampbewaker van Vught schoot gevangene dood. 15 jaar geëischt, Provinciale Drentsche en Asser Courant, 12 november 1946, site delpher; Lid van Rauters lijfwacht stond terecht, Nieuwe Apeldoornsche Courant, 12 november 1946, site Delpher.nl; Twintig jaar voor bewaker in Vught, Nieuwsblad van het Noorden, 18 november 1946.